De laatste tafel - Wim Kayzer

do 27/02/2014 - 10:39 **** Een wetenschapper blikt terug op zijn leven, aan de vooravond van een kritieke operatie: "Wat is dit voor leven geweest: ik heb iets bestudeerd dat ik niet heb kunnen doorgronden en ik heb mensen liefgehad die ik niet kende."

wim kayzer de laatste tafel recensie jos borré

Over 'De waarnemer':

 Een streepje gevulgariseerde filosofie om te beginnen: de boom die midden in het regenwoud van Brazilië staat, en die niemand ooit heeft gezien, bestaat die? En als hij omvalt, maar niemand is er om het te horen, maakt hij dan geluid? Op een gelijkaardige manier kijkt de hoofdpersoon in ‘De laatste tafel’ van Wim Kayser het heelal in. Als er in die ontzaglijke ruimte geen petieterige mensen met een waarnemend en reflecterend bewustzijn waren, zou het heelal dan’ bestaan’? Wat is eigenlijk het wezen van wat we de werkelijkheid noemen? En vanwaar dat bewustzijn? Is het misschien een ‘vragenmachine, de uitvinding van het heelal om zichzelf eindelijk te kunnen begrijpen’? Anderzijds: onze hersens hebben veel te weinig capaciteit om ‘te kunnen beoordelen of wat we waarnemen ook maar in de verste verte tegen de werkelijkheid aanschurkt’, met andere woorden om het heelal te bevatten. Nou?

Hersenoperatie

De laatste tafel, dat is voor de ik in dit boek de operatietafel. Hij is theoretisch fysicus, 59, en de artsen hebben in zijn hersenstam een massaal aneurysma (een aderverwijding) aangetroffen dat dringend verwijderd moet worden. Met slechts vijf procent kans dat hij het ongeschonden overleeft. De twee dagen en nachten voor de operatie schrijft en schrijft hij, om de paniek op een afstand te houden. Hij richt zich tot een Hongaarse vriend, András, een kosmoloog die zijn vak heeft opgegeven en meer zin heeft gevonden in de poëzie, de drank en de vrouwen. En hij haalt herinneringen op. Aan hun slentertochten door hun geliefde Budapest, dat nog de naweeën vertoont van het communistisch regime. Aan de vrouwen in hun leven: na een miskraam is de Sarah van de ik, geobsedeerd door de Shoah, naar Haifa getrokken, waar ze nu een nieuwe man en een kind heeft. Aan de talloze brieven die András en de ik uitwisselden. Maar vooral aan de eindeloze gesprekken die ze voerden over hun wetenschappelijke disciplines en wat die aan kennis hebben opgeleverd. Meer dan een roman is dit boek een relaas van een man – niet de ik, maar de auteur – die verbijsterd is door de wetenschappelijke kennis die hij verzameld heeft en zich daarbij de vraag stelt wat de rol en de betekenis nog is van de mens die daar tegenaan kijkt. Wat het leven betekent, en onlosmakelijk daarbij: wat de dood betekent. Het valt voor de ik niet te bevatten dat hij nu nog alles in zich opneemt en dat een dag later wellicht niets van dat alles voor hem nog bestaat. Om het met Epicurus te zegen: ‘Als we leven bestaat de dood niet. En als we dood zijn bestaan wij niet.’

Wetenschapsfilosofie

Een hele tijd geleden sprak Wim Kayzer in druk bekeken en hooggewaardeerde televisieprogramma’s ('Een schitterend ongeluk', 'Nauwgezet en wanhopig', 'Van de schoonheid en de troost') met een aantal befaamde wetenschapslui over de toenmalige resultaten in hun discipline. Daarin toonde hij een grote nieuwsgierigheid naar wat je het wezen van het leven zou kunnen noemen. Die gesprekken verschenen ook in boekvorm, maar in 2004 verraste hij zijn publiek met een knoert van een roman, ‘De waarnemer’, over een uitgebluste huisarts die in Frankrijk een soort regeneratie uitprobeert. Het was een boek waarin Kayzer de lezer zonder ophouden essentiële levensvragen voor de voeten gooide, waarin verschillende personages dezelfde uitlating ‘"De mensen zijn een uitvinding van niks’" in de mond namen en een personage stelde: "Als er één bekrompen affaire is in dit leven, dat is het wel sterven." Hier was, na al de consultaties van wetenschapslui, Kayzer duidelijk zelf aan het woord.

In ‘De laatste tafel’ doet hij het eigenlijk opnieuw. Het eerder bescheiden verhaal van zijn personages – aansprekend, daar niet van – dient vooral als kapstok om wetenschappelijke gegevens aan op te hangen. Baadde ‘De waarnemer’ in de levensfilosofie, dan begeeft ‘De laatste tafel’ zich meer in de wetenschapsfilosofie, met de vraag wat de wetenschap de mens eigenlijk vertelt, wat hij daarmee aanvangt, wat ze over hem zelf zegt. Het helpt als je een beetje vertrouwd bent met de wereld van de ‘supersymmetrieën’, de’ renormalisatietheorie’, de ‘Kaluza-Kleincompactificatie’, maar het is niet noodzakelijk. Je kunt al stil worden van de mededeling "Honderdduizend jaren moet je reizen met 300.000 km per seconde wil je van het ene eind van de Melkweg tot het andere eind geraken en ons melkwegstelsel is maar één van de honderdveertig miljard andere melkwegstelsels die we kunnen zien, vermoedelijk zijn er nog miljoenen malen meer, (…) mogelijk vijfhonderd miljard." En dat er "tien biljoen latent leefbare aardes" rondzwerven in het heelal dat nu bekend is. En dat als de kern van een atoom de grootte van een biljartbal had, het elektron daar op zo’n vijf kilometer vanaf rondjaagt en zo ‘massa’ creëert, dus "één grote leegte is het atoom." Wat doet zulke informatie met een mens?

Klankbord

In zijn relaas citeert de ik geregeld uit wetenschappelijk en filosofisch werk, uit dichters, want die kunnen ook prangend de wezenlijkheid van het bestaan vatten, en uit brieven van András, ook als hij al in het ziekenhuis verblijft: hij kent grote stukken eruit uit het hoofd. Eigenlijk maakt Kayzer er geen geheim van dat András slechts een klankbord is voor zijn vertellende ik, een leverancier van visies en uitspraken, die niet allemaal van de ik alleen mogen komen. Een vriend ook, die naast zijn ex Sarah het gevoelsmatige aandeel in het leven belichaamt. Natuurlijk komen bij de uitkomst van de wetenschappelijke bevindingen fenomenen als God en godsdienst ter sprake, de evolutie en het DNA, vrije wil en toeval, het verschil tussen het ‘ik’ en hersenactiviteit, maar finaal ook ervaringen van emoties.
Want al lijkt het leven van één mens, van een ‘ik’, minuscuul futiel tegen de achtergrond van het tijdeloze, ontzagwekkende heelal, die ik blijft wel helemaal ingenomen door emoties, het besef van onstoffelijke waardes. Liefde, vriendschap, weemoed, eenzaamheid, geluksmomenten, maar ook ontgoocheling, angst en paniek: ze maken het leven uit. En daarom, terwijl de ik de uren aftelt, en zonder dat het ooit klef of tranerig wordt, klampt hij zich aandoenlijk vast aan dat leven, aan zijn herinneringen, aan het besef van de werkelijkheid rond hem, de hartverheffende gesprekken met de verpleegsters. "Zo lang ik schrijf, hoor ik bij de werkelijkheid."  Kayzer presenteert de lezer in dit boek een zeer diepgaande beleving van leven en dood. Als je het eenmaal doorgemaakt hebt, kijk je een tijd vervreemd tegen de dingen rondom je aan.

Gevoel voor humor

Zoals bij ‘De waarnemer’ vergt het enige inzet en tijd om door ‘De laatste tafel’ opgenomen te worden, maar dan zuigt de slepende, maar sterk gedreven tekst je onhoudbaar emotioneel mee in een brede wetenschappelijk-epische stroom. De schijnbare ordeloosheid – de ik heeft geen tijd om zijn geschriften te rangeren of structureren, herhalingen en hernemingen zijn legio – versterkt nog de ondertoon van weemoed en levensaanhankelijkheid die gaandeweg de tekst doordringt (ik wil dringend, nu ik nog kan, naar Budapest, voor de Donau, de Kettingbrug, het Margaretha-eiland, een treinrit door de heuvels van Buda en kersenbrandewijn in café New York, voorheen Hungaria). Weemoed, ook, doordat András, in zeven haasten in Budapest in de auto gesprongen, niet op tijd bij zijn vriend raakt. Doordat de ik te weten komt waarom Sarah naar Haifa is vertrokken en daar wél weer een kind wilde. Doordat hij besluit: "Wat is dit voor leven geweest: ik heb iets bestudeerd dat ik niet heb kunnen doorgronden en ik heb mensen liefgehad die ik niet kende." In de herhalingen en in de hypersensitieve sfeer die in de overvloed en breedvoerigheid opgebouwd raakt, gaan de woorden van lieverlede zinderen en streep je als sterren zoveel citaten aan. Met deze als finale bottomline: ‘Het leven is een grap van iemand zonder gevoel voor humor’.
Weer stelt Kayzer de lezer op de proef met een moeilijk, maar indringend boek, dat je toch ook weer niet onbewogen kunt lezen. Tegen dat een verpleegster de ik naar de operatiekamer rijdt, heb je echt met hem te doen. En? Slechts vijf procent kans. Haalt hij het? Dat wordt niet op het einde onthuld. Het staat al op de derde bladzijde van de proloog, helemaal onderaan. Daar ging het Kayzer namelijk niet om.
 

Jos Borré
Jos Borré is recensent, vooral van Vlaamse en Nederlandse literatuur.

[De laatste tafel van Wim Kayzer is uitgegeven bij Balans, 541 p]