Bloeiende Agatha - Frank Vande Veire

do 27/02/2014 - 10:37 **** De kunstcriticus Frank Vande Veire leeft zich helemaal uit in Bloeiende Agatha, een onbeschroomd pornografische roman die ‘alle pornografie overbodig moet maken’. Toch raakt de seks onvervuld en is de taal de ultieme winnaar.

bloeiende agatha frank vande veire roman fictie erotiek pornografie recensie dirk leyman

Valt er nog iets toe te voegen aan de bonte berg erotica die in het kielzog van 'Vijftig tinten grijs' over ons uit werd gestort? Her en der waagden Nederlandse auteurs zich aan een serieus antwoord op de binnenkort ook verfilmde SM-rituelen van Christian Grey en Anastasia Steele. Met hun trilogie 25-45-70 – over het erotische leven van een vrouw - wekten Jamal Ouariachi, Daan Heerma van Voss en David Pefko gemengde gevoelens op, al spreidde vooral Ouariachi een groot inlevingsvermogen tentoon in de seksuele drijfveren van zijn heldin.


Ook in de Vlaamse literatuur is er een opstoot van erotische romans te signaleren. Zo was er het geslaagde Plastic Love van Paul Claes, waarin een leraar bezeten raakt van een vijftienjarige leerlinge en zich in nesten werkt. En Joost Vandecasteele streek tegen de haren met  'Vel', een beklijvend en onbehaaglijk stemmend portret over de niet te stillen seksuele honger van een moderne man. Nu voegt Frank Vande Veire (°1958) daar met 'Bloeiende Agatha' een scabreus werkstuk van een geheel ander kaliber aan toe. Frank Van de Veire? Ja, de ernstige kunstcriticus die in 1997 de Prijs voor Vlaamse Kunstkritiek ontving voor 'De geplooide voorstelling'. Maar in 2005 publiceerde hij ook 'Neem en eet, dit is je lichaam', waarin we - verre van toevallig, blijkt nu - een analyse aantreffen van Pier Paolo Pasolini’s laatste speelfilm 'Salo', gebaseerd op Markies de Sades 'De 120 dagen van Sodom'. Vande Veire schreef 'Bloeiende Agatha' al tussen 2003 en 2007, maar dertien uitgevers vonden het boek te gewaagd. Even zou Prometheus – de uitgever van 'Vijftig tinten grijs' – toehappen, maar ze durfden uiteindelijk de publicatie niet aan. Tot het kleine maar kwaliteitsvolle fonds van Het Balanseer Vande Veire een terechte plaats gunde.


Vandeveire grijpt in zijn roman over een haast vernietigende obsessie terug naar de Franse pornografische traditie en put er op weelderige maar slimme wijze referenties uit. Niet alleen 'Histoire d’O' van Pauline Réage werpt zijn schaduw vooruit, ook Georges Bataille, Alain Robbe-Grillet, Jean Genet, André Pieyre de Mandiargues of Pierre Bourgeade spreken hun mondje mee. Bloeiende Agatha is een vreemde afdaling naar een pornografische schemerwereld, die inderdaad niet had misstaan op de schappen van L’Enfer, de eertijds befaamde gesloten afdeling van de Bibliothèque Nationale de France, waar zoveel in de ban geslagen erotica achter slot en grendel lag te zieltogen.
 

Een droomlichaam

Serge Gainsbourg mag dit bal infernal openen, met een quote over “L’amour physique est sans issue.” Vande Veire laat er geen gras over groeien. Vrijwel onmiddellijk infiltreert de bezetenheid van hoofdpersonage Philippe voor Agatha diens persoonlijkheid, als ware het een gewiekst virus. Vande Veire voorziet zijn Bloeiende Agatha trouwens van een alles doordesemend religieus sausje. Agatha verwijst bijvoorbeeld naar Agatha van Sicilië, een ‘slavin van Christus’, een martelares die door een Romeinse landvoogd in een bordeel was geplaatst en er haar borsten werd afgesneden.

Over het hele boek drapeert Vande Veire een sacrale atmosfeer, een hemel- en hellevaart in één perfide trip, in een opbod van ultiem maar leeg genot. Negen hoofdstukken lang streeft Philippe het volledige bezit na van deze Agatha, die zich vrijelijk onderwerpt met haar “lichaam dat modieuze strakheid verenigt met een klassieke, lome weelderigheid.”, ja, het is “een droomlichaam, waarmee de natuur welbeschouwd een ongehoorde zijsprong heeft gemaakt.”

Hun kennismaking in een rumoerig café kun je redelijk banaal noemen. Philippe weet haar te ‘bevrijden’ uit de armen van twee opdringerige creaturen en krijgt haar als het ware in de schoot geworpen. Hij doopt haar “Agatha”. Vanaf dat moment treedt een mechaniek in werking dat recht op een soort zelfvernietiging afstevent, is hij “onderworpen aan een fatale logica”: “Ze blijft een geschenk dat te groot voor mij is”, moet de ietwat onopvallende Philippe vaststellen.

Een verrukking die zichzelf zoekt

Agatha levert zich over, Philippe dirigeert. Maar hij verliest op een of andere manier toch ook de controle op haar, zeker wanneer een zekere Katja ten tonele verschijnt. Stelselmatig worden alle taboes op het altaar van het genot geofferd, ontaardt de seks in een opeenvolging van ingewikkelde, weldoordachte rituelen – zweepslagen, martelingen, fotosessies en tapes - tot Agatha in ‘een instituut’ verzeild raakt waar mannen haar tegen betaling anaal mogen gebruiken. Vandeveire laat alle teugels los in zijn erotische labyrint waarin geen enkel lichaamsdeel onbezoedeld blijft. Agatha wordt genaaid in alle openingen, bereden in alle kieren en spleten. Tot ze helemaal beurs geneukt is. En ten slotte ook besneden en geslachtelijk beringd. Waarom ondergaat ze dit? Het blijft in zekere zin raadselachtig.

Philippe en Agatha zitten gevangen in een solipsistische, in zichzelf besloten erotische rondedans, waaruit geen bevrijding mogelijk is. “Een verrukking die zichzelf zoekt, een bloeien dat aan zijn eigen beweging wil raken”, luidt het in een droom van Philippe. Ook het identiteitsverlies van hen beiden zit in de kern van de begeerte verscholen. Seks is een mechaniek geworden, geheel inhoudsloos. Het is geen nieuwe premisse in de rijke erotische letteren. Bij momenten moet je denken aan de roman 'Adam Seconde' van de Nederlander Jacob Groot, die de kritiek onlangs in een schisma stortte. Ook daar verwacht het hoofdpersonage van de pornografische bedwelming een haast religieuze, ‘oceanische’ verlossing, maar jaagt hij een hersenschim na. Georges Bataille en zijn 'De tranen van Eros' zijn niet veraf.

Bedrieglijke roes

“Ik heb de meest erotische roman aller tijd willen schrijven, door de bevrediging eindeloos uit te stellen”, vertelde Van de Veire over Bloeiende Agatha in De Standaard. “Maar tegelijk wilde ik ook een roman schrijven die een einde stelt aan alle porno. Het is mijn zotte fantasie dat voor wie mijn roman leest, porno onverdraaglijk wordt.” Dat lijkt te hoog gegrepen. Pornografie als bedrieglijke roes, erotiek als fata morgana? Fysieke liefde die tot helemaal niets leidt, behalve de uitwisseling van lichaamssappen? Deze roman is een zware dobber om te lezen – mede door de wel erg dicht bedrukte bladspiegel – maar is in veel opzichten een ontregelende ervaring, die pertinente vragen over macht, pijn en lust in een diabolische relatie aan de orde stelt. Hier komt Pasolini weer om het hoekje kijken. Pornografie is een galopperende aberratie van de consumptiemaatschappij. Verlangen is slechts in schijn te koop. Ten slotte is er ook de kracht van de taal, die haast een bezwerend effect heeft. Vande Veires taalgebruik is soms bewust protserig, potsierlijk en overdadig, maar tegelijk ook van een precieuze elegantie, vol slingerende, inventieve zinnen. Uiteindelijk besef je dat deze roman zo én niet anders had geschreven kunnen worden. 'Bloeiende Agatha' is een rechtstreekse aanslag op onze erotische comfortzone. Geen geringe prestatie.

Dirk Leyman
Dirk Leyman is literair journalist, schrijft voor De Morgen en talloze andere publicaties. Legt zich vooral toe op Nederlandse en Franse literatuur, fotografie en de boekenwereld. Tussen 2006 en 2011 coördineerde hij de literaire website De papieren man.

['Bloeiende Agatha' - Frank Vande Veire. Uitgeverij Het Balanseer. 285 p.]