De artistieke uppercut - Jan van den Berghe

wo 23/10/2013 - 08:37 Video update: wo 06/11/2013 - 11:39 **** Jan van den Berghe schetst in 'De artistieke uppercut' kunstenaars vanuit hun liefde of afkeer voor de bokssport. Wat is toch dat mystieke huwelijk tussen kunst en boksen? Van den Berghe heeft zelf een boksverleden en schreef een rijk boek over Claus, Hoet, Picasso, Simenon en vele andere boksliefhebbers. Cobra.be vult aan met uniek beeldarchief.

jan van den berghe de artistieke uppercut boksen kunst jan hoet jan decleir hugo claus norman mailer mohammed ali sam dillemans matthias schoenaerts wislawa szymborska

Jan Van den Berghe: "Boksen was liefde op het eerste gezicht"

De interne keuken van het boksen

06/11/2013Video update 11:39

De interne keuken van het boksen

06/11/2013Video update 11:39

boek - Jan van den Berghe schuift mee aan tafel in De interne keuken om te praten over zijn boek 'De artistieke uppercut'.

Via de geschiedenis van het boksen en via zijn eigen ervaringen, onderzoekt Jan van den Berghe hoe boksen de kunst beïnvloed heeft en hoe ertegenaan gekeken werd en wordt. In 'De artistieke uppercut' treffen we behalve heel veel schrijvers, ook beeldende kunstenaars, acteurs en cineasten aan. Van den Berghe citeert hen en schetst hoe zij in relatie staan tot de bokssport.

Bloemkooloren en gekneusde neuzen

Jan van den Berghe in de boksring

Jan Van den Berghe is een liefhebber, vanaf zijn zesde ging hij voor het eerst naar boksen kijken. Het was liefde op het eerste gezicht. Van den Berghe heeft zelf ook gebokst, vooral om in conditie te blijven. Gedurende zeven jaar gaf hij commentaar bij de bokswedstrijden op Eurosport.

Als jongetje van zes belandt Jan van den Berghe met zijn vader in deze vreemde wereld van het boksen. Ze zitten naast een oud-bokser “een oude glorie met bloemkooloren, veelvuldig opgenaaide wenkbrauwen … Voor de rest een nette man die zich net als mijn vader stoort aan de woeste kreten in de zaal waarvan de aanmoediging ‘sla zijn muil in frieten’, veruit de beschaafdste is. De twee heren houden niet van bloeddorst. Voor hen moet het welgemanierd blijven.”

Van den Berghe vond het tijd om alle informatie die hij in de loop van de voorbije jaren verzameld had over zijn passies boksen, literatuur en plastische kunst, te verzamelen en er een boek over te schrijven.

"Het boek is veel dikker geworden dan verwacht", stelt Jan van den Berghe vast in een interview op de Nederlandse radio.

Ondanks zijn eigen bokscarrière ziet hij er nog ongehavend uit.
“Dat komt omdat ik een goede verdediger was” verklaart van den Berghe in datzelfde interview.

Boksen is dan ook ‘The Noble Art of self-defence’, het gaat erom zo goed mogelijk te verdedigen. "Dat vergeet men tegenwoordig dikwijls", vindt van den Berghe, er zijn geen stilisten meer, men knokt er maar op los. Zeker in vergelijking met een figuur als Muhammad Ali." 

 

"Geen enkele sport brengt zoveel drama als het boksen", vindt ook Jan van den Berghe. "Er zijn op elk moment sensationele wendingen mogelijk, het gaat over alles of niets, nooit wordt de schone schijn opgehouden, het is alsof de bokswereld een enclave is waar de beschaving aan voorbij is gegaan, en waar het rauwe, het instinctieve, primitieve ik, zich nog eens onbelemmerd kan uitleven. Bovendien zijn het ook zeer kleurrijke figuren die de bokssport bevolken en ze hebben allemaal een fantastisch verhaal."

Jan Hoet

Het idee om te boksen is zijn beste kunstwerk (1999)

Nergens wordt de hardheid van het menselijk bestaan zo duidelijk gesymboliseerd als in het boksen.", vindt Jan Hoet, ook een amateurbokser. In 1999 stapt Jan Hoet in de ring met kunstenaar Dennis Bellone om zijn museum, het S.M.A.K., in te huldigen.
"Voor buitenstaanders staat boksen gelijk met meedogenloos op andermans gezicht timmeren, maar dat is een simplistische benadering. Boksen is een complex en subtiel gebeuren. Het is een van de gruwelijkste sporten als het barbaars beoefend wordt, en een van de mooiste als stijl en intelligentie de boventoon voeren. Het is kunst. Ooit hoorden boksen en cultuur bij elkaar… maar wij zijn opgevoed in een denkwijze die alles uiteenrafelt.”
 

Hugo Claus

Jan van den Berghe verwijst in zijn boek ook naar een uitspraak van Hugo Claus: “Met boksen zijn bepaalde intellectuele spanningen gemoeid die men nergens anders kan aantreffen.” Claus was in de sport vooral geboeid door de overwinning. "Boksen is op zijn mooist wanneer we de combinatie zien van gratie, intelligentie, wreedheid, lafheid. Je kunt als bokser een hele partij domineren en ineens komt er een klap uit het niets, een verschroeiende klap, je gaat naar beneden en het is voorbij. Dat is natuurlijk voor schrijvers zo interessant, het drama in de ring."

In drie romans 'De Hondsdagen', 'Schaamte' en 'Het Verdriet van België', schrijft Claus over de bokssport. De auteur was zelf ook vaste toeschouwer bij boksmatchen. Na zijn overlijden vroeg bokser Sugar Jackson na de kamp een moment van stilte. Zijn stoel bleef leeg als aandenken.
 

Norman Mailer en Muhammad Ali

Muhammad Ali recites a poem during a interview in Ireland AMAZING

De meest bekende en de kleurrijkste bokser is ongetwijfeld  Muhammad Ali, de grootste bokser aller tijden.  Onder andere de Amerikaanse auteur Norman Mailer verdiept zich in zijn boeken over Ali in de psychologie van "het grootste ego van Amerika". Het verhaal van Muhammad Ali, gaat ook over racisme en sociale gelijkheid.

Jan van den Berghe noemt Ali een rapper nog voor de geboorte van de rap, hij gooide alle clichés van "de bokser" overboord. Ali schreef zelf gedichten en droeg die graag voor. Er waren mytische boksvedetten vóór hem, maar hun charisma verbleekte toen hij op het toneel verscheen. Van den Berghe heeft Ali verschillende keren ontmoet en was getuige bij zijn grote kampen tegen George Forman en tegen Joe Frazier.

Sam Dillemans

Sam Dillemans, "de Tyson van het doek"

Vanzelfsprekend ontbreekt ook kunstschilder Sam Dillemans niet in dit boek. Dillemans bokst om beter te kunnen schilderen, zegt hij. 
Van den Berghe bemerkt dat Sam Dillemans als weinig anderen de combinatie van kracht, schoonheid, geweld en tragiek in de noble art heeft weergegeven. Doordat hijzelf gebokst heeft kan Dillemans vanuit zijn eigen ervaring de kracht van de bewegingen en het drama van het tweegevecht perfect in beeld brengen.

Matthias Schoenaerts

De Rouille et d'Os - Interview met Matthias Schoenaerts

Dat we in deze Franse liefdeshistorie de geboorte aanschouwen van de internationale carrière van ‘onze’ Matthias Schoenaerts, is maar één van de vele redenen waarom wij ‘De Rouille et d’Os’ warm aanbevelen. Jacques Audiard creëert eens te meer pure filmmagie. Ward Verrijcken had voor de première een lang gesprek met Matthias Schoenaerts in Cannes.

Matthias Schoenaerts vertolkt de hoofdrol in de Frans-Belgische film ‘De Rouille et D’Os’ naar een verhaal van de Canadese auteur Craig Davidson. Schoenaerts heeft zelf gebokst tussen zijn zeventiende en zijn twintigste. “Boksen is niet alleen esthetisch, het vraagt ook een enorme lichaamsbeheersing en trainingsdiscipline om je al die bewegingen en stoten tot in de perfectie eigen te maken. Wat topboksers presteren is bijna onmenselijk.”, citeert van den Berghe Matthias Schoenaerts. “Vergeet het cliché van de domme bokser die geen flauw benul heeft van waar het allemaal om gaat: hij weet verdomd goed wat er allemaal op het spel staat.”

'On boxing’ van Joyce Carol Oates

Johan Thielemans spreekt met Joyce Carol Oates

Weinig vrouwen voelen zich geroepen om over bokssport te schrijven. Toch is het mooiste boek dat over boksen geschreven is, volgens Jan van den Berghe, ‘On boxing’ van Joyce Carol Oates. Zij schrijft: "Je kan voetbal spelen, je kan basketbal spelen, maar boksen kan je niet spelen. Het is een metafoor van het leven, een soort van dramatiek die zich afspeelt tussen die touwen, je kan je niet verstoppen, het is van de eerste tot de laatste seconde een machtsconfrontatie. Je moet de andere overbluffen, overtreffen."
Oates vergelijkt bijvoorbeeld de confrontatie tussen Muhammad Ali en Joe Frazier met de spankracht van King Lear.  

Wisława Szymborska

Een andere verrassende naam is, ook voor Jan van den Berghe, de Poolse Nobelprijswinnares Wisława Szymborska. De dichteres was grote fan van de Poolse bokser Andrzej Golota. Ze schreef een ode aan de bokssport. Toen Szymborska stierf kon Golota haar begrafenis niet bijwonen, maar hij stuurde 89 witte rozen en een kort gedicht als eerbetoon.

POËZIE LEZEN

Een bokser te zijn, of niet hier te zijn.
O Muze waar zijn ONZE barstensvolle zalen?
Twaalf mensen in de kamer, acht stoelen leeg.
Tijd voor het culturele evenement.
De helft zit binnen omdat het regent
De rest is familie. O Muze

De vrouwen hier zouden uitzinnig willen roepen en tieren,
Maar dat is voor het boksen. Hier moeten ze zich gedragen
Dante’s Inferno is vandaag aan de ring.
Zoals zijn Paradijs. O Muze

O, geen bokser te zijn, maar een dichter,
Veroordeeld om bij gebrek aan spieren
rijmend door het leven te gaan,
Gedoemd om HET sonnet te schrijven dat misschien
een plaats krijgt op de leeslijst van studenten
Met wat geluk, O Muze
O kortgewiekte engel, Pegasus

Op de eerste rij, het zachte gesnurk van een lieve oude man
Die droomt dat zijn vrouw weer leeft en
voor hem de taart bakt die ze altijd maakte
In vuur en vlam. Voorzichtig dat zijn gebak niet verbrandt
De lezing begint. O Muze.
 

Wisława Szymborska

Voor mevrouw Szymborska

Ik heb u nodig in mijn hoek
Ook al stond u nooit in de ring
Nu blijven alleen de verzen
‘Dank u’ zal nooit volstaan…

Andrzej Golota

['De artistieke uppercut - Hoe kunst & boksen elkaar vonden' van Jan van den Berghe, is uitgegeven bij De Bezige Bij, 559 p]