Couperus 150 jaar geleden geboren

zo 09/06/2013 - 14:15 Op 10 juni was het 150 jaar geledendat Louis Couperus geboren werd. In Den Haag, de stad van Louis Couperus, werd die verjaardag al eerder herdacht. Voor Cobra.be blikt Johan De Haes terug op leven en werk van de grote Nederlandse schrijver.

louis couperus geboortedag viering eline vere johan de haes den haag

Bas Heijne over Louis Couperus
Filmmaker Harry Kümmel over Louis Couperus
Met Couperus aan tafel

Een Haagse dandy

“De laatste wervel van de staart” was de bijnaam van de kleine Louis Couperus (1863-1923). Hij was het jongste kind uit een nest van elf. De Couperussen waren een hoogburgerlijke Haagse familie van koloniale ambtenaren. Vader John Ricus Couperus was een autoritaire en sportieve man, wat Louis nooit zou zijn, maar hij bezat ook een oprecht gevoel en een grote belangstelling voor poëzie en muziek. Dat de belangstelling van Louis slechts naar talen en kunsten uitging, dat hij niet uit het hardere hout van de ambtenaar was gesneden, betekende bijgevolg maar een halve ontgoocheling voor vader John Ricus. Als jongste zoon was Louis sowieso geen “troonopvolger”. Hij groeide op als een verwend “kind tussen vrouwen”: zijn moeder, met wie hij een hechte band had, en de vele kinder- en kamermeisjes. Couperus was overgevoelig, zelfs meisjesachtig, en vertoonde al vroeg de kenmerken van een dandy en flaneur. Hij had grote bewondering voor Emile Zola, maar de romantische kitsch van de razend populaire schrijfster “Ouida” was hem even lief. Zijn indolentie en luiheid verhulden echter een grote werkkracht, een ijzeren zelfdiscipline en een opmerkelijk incasseringsvermogen.

“Eline Vere, c’est moi”

Geen echt studiehoofd, kreeg Louis Couperus privé-lessen van de voortreffelijke leraar en letterkundige Jan Ten Brink, die hem inwijdde in de wereldliteratuur. Maar toen had hij als kind al enkele onvergetelijke tropenjaren in Nederlands-Indië achter de rug. “Ik voelde er mij als een klein groen vruchtje rijpen; er zwol iets in mij, en de glimlach in mijn kleine ziel, werd iets schitterend van levensvreugde.” Noodlotsgedachten en fatalisme, de donkere erfenis van Ibsen en Zola, hebben Couperus sterk beïnvloed, maar de keerzijde van zijn cultuurpessimisme is altijd zijn levensvreugde en lichtvoetigheid gebleven. Die vond hij in het zonnige zuiden: eerst in Indië en later, tijdens zijn talrijke reizen, in Italië en Frankrijk. Louis Couperus debuteerde als de dichter van romantisch-zweverige “vaerzen”, maar de kritiek lustte ze niet, zodat de naturalistische roman ‘Eline Vere’ (1889) zijn literaire meesterproef werd. En wat voor een. Couperus was op slag beroemd na de publicatie van wat “de Nederlandse Madame Bovary” werd genoemd. In zijn versluierde autobiografische roman ‘Metamorfose’ bekende hij een vergaande identificatie met het vrouwelijke hoofdpersonage.

Een maagdelijke minnaar

Louis Couperus had weinig vrienden. Hij was een sterk op zichzelf betrokken narcist. “Dit narcisme is fundamenteel voor een goed begrip van Couperus’ wezen, van zijn neiging tot dandyisme, tot auto-erotiek en decadentisme” schreef zijn biograaf Fédéric Bastet. Louis Couperus was homoseksueel. Het kuise huwelijk met zijn nicht en jeugdvriendin Elisabeth Baud was zowel een maatschappelijk alibi als een oplossing voor zijn behoefte aan moederlijke zorg. Hoe intiem zijn vriendschap was met jonker Johan Ram en de geheimzinnige Orlando uit zijn Italiaanse schetsen, is moeilijk in te schatten, maar een volwassen minnaar is Couperus bijna zeker niet geweest. Hij droomde ervan om “klein te blijven, naakt en klein in zondelooze onschuld, (…) hoog boven de modder en het zweet, lief te hebben met alléen naiveteit, met liefkozingen zonder wellust, met zoenen van ziel.” Couperus leefde, meer nog dan welke schrijver ook, in zijn verbeelding. Hij kon zich als weinige schrijvers sterk, bijna als in trance, inleven in antieke tijden en uiteenlopende personages, en in zowel mannen als vrouwen. Hij streefde naar een Flaubertiaanse objectiviteit in zijn romans, maar de psychologische verhoudingen zijn vaak opvallend autobiografisch.

Hollander en Romein

Louis Couperus heeft veel geschreven, soms al te wijdlopig, ijl-maniëristisch of weemakend romantisch, maar zijn reputatie rust toch wel op een aantal grote romans die zijn veelzijdigheid in de verf zetten. Na het naturalisme van “Eline Vere” was er “Noodlot” (1890), de roman over een driehoeksrelatie, waarvan de Engelse vertaling (‘Footsteps of Fate’) zijn tijdgenoot Oscar Wilde aanzette tot het schrijven van een enthousiaste maar helaas verloren gegane brief aan zijn Nederlandse collega. Couperus tekende met superieur inzicht de Haagse burgerij in ‘Boeken der kleine zielen’ (1901-1903) en ‘Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan’ (1906). Deze knap geconstrueerde roman over dreiging, moord en wroeging bevat een scherp zelfportret in de tekening van de indolente schrijver Lot. Couperus voelde intuïtief aan hoe vermoeid deze Haagse burgerij was en dat de koloniale verhoudingen ten dode waren opgeschreven. Het vrijmoedige en dramatische ‘De stille kracht’ (1900) is daar een goed voorbeeld van. Later zag Couperus, mede door de dalende verkoop van zijn boeken, de toekomst van de roman somber in. Hij werd een succesrijk feuilletonist voor krant en tijdschrift en de auteur van impressionistische en zeer persoonlijke reisschetsen.

Antieke dromen

Eens de veertig voorbij verschoof Couperus zijn aandacht van de benepen Haagse “kleine zielen” naar de seksueel “bevrijde” klassieke oudheid. Hij werd hierbij gestimuleerd door zijn lectuur, zijn vele verblijven in Italië en de ontmoeting met Lourens Alma Tadema, de Nederlands-Britse schilder van wellustige antieke taferelen. De onhollandse roman ‘De berg van licht’ (1905), over de androgyne Romeinse keizer Heliogabalus, is een hoogtepunt van decadente literatuur in de lage Landen. Louis Couperus was “tweeslachtigheid en liefde tot zichzelf als de grootste deugd gaan beschouwen” en zijn homoseksualiteit als “een uitverkiezing”, schrijft Frédéric Bastet. Ook romans over Xerxes en Alexander de Grote getuigen van zijn intuïtieve vertrouwdheid met de antieke wereld. Couperus verklaarde meermaals dat “zijn oriëntalisme” geen kwestie van invloeden was. Het zat in hem, kwam uit zijn eigen verbeelding.

Auteur van Europese allure

Vertalingen van zijn werk verschenen in Frankrijk, Duitsland en vooral Groot-Brittannië waar hij in Teixeira de Mattos een toegewijde vertaler en in Edmund Gosse een invloedrijke vriend vond. Afgezonderd in het neutrale Nederland, raakte Couperus wat vergeten tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen Europa met andere zaken bezig was, verklaarde vertaler Paul Vincent onlangs in ‘Ons Erfdeel’, maar nog in 1927 had D.H. Lawrence lovende woorden over voor ‘Van oude mensen.’ Na zijn dood in 1923 raakte Couperus ook in eigen land op het achterplan. De burgerlijk-koloniale wereld en zijn eigen impressionistische stijl leken allebei gedateerd. Die dip heeft hij wel overleefd. ‘Eline Vere’, ‘De stille kracht’ en ‘Van oude mensen’ werden met succes voor film en televisie bewerkt. Louis Couperus is ondertussen één van het handvol Nederlandse en Vlaamse schrijvers dat tot de Europese canon behoort. Een genootschap en een museum houden zijn naam in ere en zijn schim waart nog rond in het Haagse Lange Voorhout en de Surinamestraat.

Johan De Haes

Naar aanleiding van de 150ste verjaardag van Louis Couperus worden dit jaar allerlei culturele activiteiten gepland. Een overzicht vindt u op de website van het Louis Couperus Genootschap.