De wijdere wereld van Paul Snoek

di 11/10/2011 - 15:00 Dertig jaar geleden overleed Paul Snoek. Paul Demets brengt in herinnering waarom hij zo'n groot dichter was.

poëzie paul snoek paul demets overlijden hugo claus hugues pernath gard sivik johan anthierens gust gils

Paul Snoek is de grootste

"Ik bén de grootste, dat is bewezen". Zei Paul Snoek.

Vlucht in de verbeelding

‘Er moet een wijdere wereld bestaan/ een toegang tot een ondoordringbare/ spiegel, die ons opslorpt en went aan/ het tweede, gelijke lichaam dat wij waren,’ schreef de Vlaamse dichter Paul Snoek in zijn gedicht ‘Tabula rasa’.

Die titel is bepalend voor Snoeks leven en werk. Hij was iemand die graag met alles en nog wat komaf maakte. Iemand die wilde plannen smeedde en veel initiatieven nam. Maar als de sleur dreigde, ging hij naar een nieuwe uitdaging op zoek.

Vlucht in de verbeelding

Zo doorbrak Paul Snoek enkele keren zijn eigen schrijfstijl en kondigde hij in het begin van de jaren zeventig zelfs aan dat hij geen poëzie meer zou publiceren en zich uitsluitend aan het schrijven zou wijden. In de bundel De heilige gedichten (1959), waaruit ‘Tabula rasa’ komt, zien we al zo’n poging om zijn poëzie een nieuwe wending te geven. Snoek ging in zijn werk op zoek naar ‘de wijdere wereld’.

Maar ondanks alle pogingen om schoon schip te maken, is die ‘wijdere wereld’ tegelijk een constante in zijn werk. Want die stemt overeen met een kosmisch gevoel, een zoektocht naar de verbondenheid met de natuur, de enige plek waar geborgenheid mogelijk is. Die plek was de onderwaterwereld, waar Snoek zich zo sterk toe aangetrokken voelde. Het was een vlucht in de verbeelding, een zoektocht naar zuiverheid, weg van de werkelijkheid.

Aandacht

 

 

Paul Snoek, die eigenlijk de naam Edmond Schietekat droeg, had een gelukkige jeugd. Edmond werd op 17 december 1933 geboren in Sint-Niklaas, toen bekend om de textielnijverheid, als oudste kind van Omer Schietekat en Paula Snoeck. Zijn moeder, naar wie hij zich later als dichter noemde, kon hem zeven jaar lang veel aandacht schenken, omdat hij al die tijd enig kind was, voor de geboorte van zijn broer en zus. Wellicht heeft hem dat zijn leven lang bepaald.

Hij was graag onder de mensen, maar leefde ook graag in zijn fantasie, alleen. En hij had aandacht nodig. Dat is altijd zo gebleven. Kreeg hij die aandacht onvoldoende, dan scheurde hij bijvoorbeeld op een feest zijn kostuum stuk. Of hij werkte een doosje wormen, bestemd als aas om te vissen, naar binnen.

Ik wil de grootste zijn

Snoek was een exponent van zijn tijd en hij zat vol paradoxen: een zoon van rijke industriëlen, die zich tegen zijn afkomst wou afzetten, door non-conformistisch door het leven te gaan en tegen God en gebod aan te schoppen. Snoek wou de beste dichter zijn, zoals hij in 1959 provocerend in De Periscoop tegen Johan Anthierens zei: ‘Onder de naoorlogse Vlaamse dichters zijn er drie van formaat: Hugues Pernath, Hugo Claus en ik. Ik ben de grootste.

Maar hij wou ook dat het hem financieel voor de wind ging. Zo liet hij zich door zijn schoonbroer overtuigen om een paalfunderingsbedrijf in Koekelare over te nemen. Wanneer het bedrijf in moeilijkheden kwam, probeerde Snoek van de verkoop van zijn schilderijen te leven. Nadien werd hij copywriter, freelance journalist en antiekhandelaar, om het tenslotte als meubelverkoper in het Midden-Oosten te proberen, voor hij zich op 19 oktober 1981 met zijn nieuwe Alfa Romeo tegen een kraan te pletter reed. Een onverwachte, te vroege dood.

Te laat

Paul Snoek had het gevoel dat hij te laat kwam. Zo kreeg hij tot zijn grote ongenoegen niet de kans om in Tijd en Mens, het befaamde tijdschrift van Louis Paul Boon, Hugo Claus en Jan Walravens, gedichten te publiceren. En hij werd ook niet opgenomen in de Cobra-schildersgroep. Hij was dan ook enkele jaren jonger dan de schrijvers en schilders van de experimentele generatie.

Met zijn generatiegenoten Gust Gils en Hugues Pernath richtte hij een eigen tijdschrift op, het fijne Gard Sivik. Snoek was ook in de letteren een zakenman, die zichzelf graag aan het hoofd van het literaire bedrijf zag. Hij maakte er veel vrienden, maar net zo goed veel vijanden mee. En samen met Louis Paul Boon en Hugo Claus behoorde hij tot de eersten die de televisie als massamedium voor de eigen naambekendheid gebruikten, vooral toen hij in de jaren zeventig op de toenmalige BRT in de Wies Andersen Show verscheen.

Paul Snoek verdient het absoluut om gelezen en herlezen te worden. Vooral met de poëziebundels Hercules (1960), Richelieu (1961) en Nostradamus (1963) en met Gedichten voor Maria Magdalena (1971) heeft hij een sensitieve beeldtaal ontwikkeld waarmee hij zijn stempel op de naoorlogse poëzie in Vlaanderen gedrukt heeft. Zijn gedichten roepen in elk geval in mijn hoofd ‘een wijdere wereld’ op.

Paul Demets

Waarheen voor Snoek?

Op woensdag 19 oktober wordt Paul Snoek herdacht in de Permeke-bibliotheek in Antwerpen, onder de noemer "Hier het hiernamaals". Met Paul Demets, Walschap-biograaf Jos Borré, en Wolkers-biograaf Onno Blom. Piet Piryns modereert. Meer informatie vindt u hier.

In de bibliotheek van Sint Niklaas (geboorteplaats van Snoek) loopt tot en met 6 november ook de tentoonstelling "Mensen, komt kijken, ik leef!", met documenten uit de stadscollectie, boeken, historische opnames en foto's van Paul Snoek.


Kijk en luister naar Snoek: