De architectuurschatten van Brussel

vr 30/01/2015 - 18:15 De tentoonstelling ‘Architecturale schatten’ in het CIVA (Centre Internationale pour la Ville, l’Architecture et le paysage) in Elsene legt het accent op de reële bijdragen van architecten en ontwerpers aan het patrimonium van Brussel - met een enkele uitschieter richting Vlaanderen en Wallonië.

aam civa brussel archieven antoine pompe victor horta henry van de velde renaet braem

Het beste en meest toegankelijke uit de rijke collectie van de AAM (Archives d’Architecture Moderne) - die al 45 jaar tekeningen, foto’s, plannen, meubels en artefacten uit de Belgische architectuurgeschiedenis verzamelen - wordt hier op chronologische wijze getoond. De expo is een samenvatting van de doelstelling van het CIVA: de bezoeker een beter inzicht geven in de ontwikkeling van het leven en het wonen in België - hier dan hoofdzakelijk in Brussel - van het einde van de negentiende eeuw tot heden.

Het eerste moderne huis

De expo begint bij Antoine Pompe (1873-1980), één van de sleutelfiguren van de moderne architectuur in België. Als enkele jonge architecten van La Cambre in 1968 per toeval in de ban geraken van hun in de vergetelheid geraakte collega, is dat het begin van een ontdekkingstocht die uitmondt in een tentoonstelling in het Museum van Elsene en de oprichting van de AAM. Antoine Pompe wordt in de geschiedenisboeken vooral in verband gebracht met zijn ontwerpen voor arbeiderswoningen in de nieuwe tuinwijken rond Brussel en in Roeselaere. Maar Pompe had duidelijk meer in zijn mars. Kijken we bv. naar de foto’s en tekeningen van een van zijn eerste eigen gebouwen, de kliniek van dokter Van Neck in Sint-Gillis. Hier ontdekken we een gebouw dat resoluut kiest voor de moderniteit, zonder de invloed van Viollet-le-Duc en de art nouveau naast zich neer te leggen. Spijtig genoeg werd het gebouw later grondig verbouwd waardoor het veel van zijn kracht verloren heeft. Als het eerste echte moderne gebouw in België - we schrijven 1910 (!) - verdient het een respectvollere behandeling. Op de tentoonstelling is duidelijk te merken dat Pompe ook een begenadigd tekenaar was. Een van zijn ontwerptekeningen straalt zo veel sfeer uit dat men zou denken dat het uit een storyboard voor een thriller komt. Ook het portret dat hij van zijn vrouw tekende, is opmerkelijk, al was het maar door de titel: ‘Au son du canon’.

De doorbraak van het appartement

De eerste wereldoorlog is een belangrijk scharnierpunt voor de ontwikkeling van de architectuur in België. Waar de burgerwoning voor WOI nog betaalbaar is voor de rijkere middenklasse, verandert dat na 1918 drastisch. Door een reeks socio-economische factoren gaat in de jaren twintig het appartementsgebouw het privéhuis stilaan verdringen. Dit gaat samen met het succes van een nieuwe stijl: de art deco. In Frankrijk vertaalt deze stijl zich nog dikwijls in een aantal luxeproducten met o.a. ebenisten die het gebruik van ivoor, parelmoer en tropische houtsoorten niet schuwen.

Victor Horta en Armand Blaton

In België valt de art deco samen de economische noodzaak tot efficiëntie en stroomlijning. Dat uit zich in een vereenvoudiging van de bouwtechnieken en de vormentaal. De bekendste Belgische architect Victor Horta is wat dat betreft een tekenend voorbeeld. Waar Horta in het begin van zijn carrière mee de art nouveau op de kaart zet, bekeert hij zich in de jaren twintig tot een eenvoudiger, bijna functionalistische architectuur. Naast de Kunstberg op de overgang tussen de boven- en benedenstad van Brussel verrijzen uiteindelijk - met meer dan twintig jaar tussenpauze - twee van Horta's meest markante gebouwen: het Paleis voor Schone Kunsten en het Centraal Station.

Tussenin bevindt er zich nog een hele middeleeuwse volkswijk waar o.a. het paleis Granvelle staat en waar de universiteit gevestigd is. Het is eind negentiende eeuw zowat het Quartier Latin van Brussel. In de loop van de jaren twintig gaat de stad met een Engelse projectontwikkelaar in zee die wilde plannen voor de site heeft. Er moeten winkels, kantoren, appartementen en zelfs een nieuwe Beurs komen. Horta wordt hiervoor aangesproken en tekent de plannen, met daarop een toren van zeventien verdiepingen. Hiervoor wordt zelfs een afwijking op de reglementering bekomen. Normaal moet de omgeving van het Paleizenplein in die tijd van zulke hoogbouw gevrijwaard blijven. De aannemer van de werken, betongigant Blaton, begint in 1928 met de funderingen, maar de crisis van 1929 doet het hele project stilvallen. De plannen verdwijnen in een diepe lade om pas na een schenking van de erven van Blaton aan het AAM terug boven water te komen. Het is dus de eerste keer dat deze plannen via de tentoonstelling onder de ogen van het grote publiek komen. Een wrang weet-je-datje; de naam van de firma Blaton zal midden jaren zestig op de gevel van het Volkshuis Emile Vandervelde prijken, ditmaal bij de afbraak van dit iconische gebouw, ontworpen door ... Victor Horta.

De droom van Henry Van de Velde en Paul Collin

In de jaren twintig en dertig circuleren er nog meer ambitieuze plannen. Zo wil Paul Collin, een uitgever en immobiliënspeculant, het Antwerpse stadsbestuur overtuigen om de gronden op de linkeroever van de Schelde - in die tijd nog puur platteland met een kleine dorpskern, het Sint-Annadorp - te ontwikkelen. Hiervoor roept Collin de hulp in van Henry Van de Velde.

Opnieuw gaat hier de schatkist van de AAM open. Hoewel sommige van de schetsen die Van de Velde voor dat project gemaakt heeft, al meerdere malen tentoongesteld en gepubliceerd werden, pakt ‘Architecturale schatten’ uit met een reeks nooit eerder geziene tekeningen, opnieuw uit de archieven van Blaton. Op die ontwerpen is te zien dat Van de Velde niet enkel een algemeen beeld, maar ook bepaalde gebouwen en infrastructuren in detail heeft uitgewerkt. Ondanks de steun van koning Albert gaat Antwerpen niet in op de plannen van Collin en zijn Zwitserse financiers.

Hoger! Lager!

Het laatste gedeelte van de tentoonstelling is gewijd aan de naoorlogse periode. Het Amerikaanse Marshall-plan zorgt ervoor dat West-Europa na de Tweede Wereldoorlog er snel terug bovenop komt. Er is economische bloei tot begin jaren zeventig - wat de Fransen zo mooi “les trentes glorieuses" noemen. Die economische welvaart en de daarmee gepaard gaande babyboom zorgen voor een verhoogde bouwactiviteit, zowel in de industrie als in de private woningbouw. Wat die laatste betreft, heerst er een hevige strijd tussen de aanhangers van collectieve hoogbouw en die van de individuele laagbouw. Op de expo hangt een bijtende karikatuur van Renaat Braem die zijn visie in twee tekeningen samenvat. Op de ene tekening de chaotische sfeer van een dorp met kleine arbeiderswoningen onder de kerktoren en de strenge supervisie van mijnheer pastoor, terwijl op de andere tekening de mensen verenigd samenwonen in een nieuwe hoogbouw.
Braem is met zijn socialistische overtuiging voorstander van de collectiviteit die hij om economische, ecologische en esthetische redenen liefst ziet evolueren tot een zgn. lijnstad: alle stedelijke structuren gegroepeerd langs enkele assen waarbij de rest van het land overgelaten wordt aan de landbouw en de natuur. Zijn futuristische schetsen met diagonaal opeengestapelde woningen hangen er op de expo naast een ontwerp van een project van het administratief centrum op het Brusselse Muntplein door Robert Schuiten, de vader van een van onze meest visionaire tekenaars François Schuiten, die in gedachten en op papier Brussel al meerdere malen verbouwd en herdacht heeft.

Kortom, al wie ook maar enige affiniteit met Brussel en haar rijke en bewogen architectuurgeschiedenis heeft, wordt bij deze dringend verzocht de expo in de Kluisstraat in Elsene in zijn agenda te schrijven. Eén tip: neem er uw tijd voor, want de schatkamer van de AAM heeft heel wat te bieden.

[ 'Architecturale schatten - Vanaf Art Nouveau tot Expo 58' in het CIVA, Kluisstraat 55, 1050 Brussel tot 13 september 2015]

Voor wie over genoeg budget beschikt: AAM éditions presenteert twee bijhorende boeken die in detail de meest markante gebouwen en stedelijke ontwikkelingen in het Brussel van de twintigste eeuw in kaart brengen.

[ 'Brussel - 100 jaar architectuur - 1910-2010' en 'Brussel - 100 jaar stedenbouw - 1910-2010' werden beiden samengesteld door Maurice Culot en uitgegeven bij AAM éditions ]