De Biënnale van Rem Koolhaas

wo 11/06/2014 - 16:39 De Biënnale in Venetie staat dit jaar in het teken van architectuur. Curator met dienst is de Nederlandse architect en globetrotter Rem Koolhaas. Chantal Pattyn schreef ter plaatse deze handleiding op zere voeten.

biennale venetie architectuur rem koolhaas recensie chantal pattyn

Een handleiding op zere voeten

Het voordeel van een Biënnale in Venetië is de garantie dat zelfs als ze tegenvalt, ze alleen maar kan meevallen, omdat ze in Venetië plaatsvindt.

Toen bekend werd dat Rem Koolhaas als directeur van de veertiende architectuurbiënnale werd aangesteld, boekte ik terstond een vlucht. Maanden geleden al, toen er nog met geen woord was gerept over zijn plannen als curator. Want je weet nu eenmaal dat als Koolhaas zich met de kwestie bemoeit, de zaken scherp zullen worden gesteld en dat meningen op zijn zachtst gezegd verdeeld zullen zijn. Van gejubel tot banvloek.

Fundamentals

Werkelijk de hele wereld kent O.M.A. (Office for Metropolitan Architecture), maar Koolhaas is een architect die al bij al, de man is ondertussen toch al 70, niet zo heel veel gebouwd heeft. Dicht bij huis, in Rotterdam, is er De Kunsthal (1992) en recentelijk ook De Rotterdam dat inzake volume en multifunctionaliteit alle verbeelding tart. Andere hoogtepunten uit zijn oeuvre zijn de villa in Bordeaux (1998), de Central Library in Seattle (2004) en de CCTV-Tower (China Central Television), die door de Olympische Zomerspelen van 2008 zelfs tot in de diepste krochten van het regenwoud symbool werd voor het nieuwe Beijing.

Maar Koolhaas is naast een bouwer vooral een denker. Niet alleen over architectuur, maar ook over hoe we onze samenleving organiseren. En dat we dat al bij al beter doen mét de inbreng van architecten en urbanisten dan zonder. Koolhaas begon zijn carrière ten andere als journalist en schrijver. Het bouwen was voor later, zo bleek. Tot zijn bekendste publicaties behoren ‘Delirious New York’ (1978) en ‘S,M,L, XL’ (samen met ontwerper Bruce Mau, 1995), dat dikke boek (of beter: een ‘architectuurroman’) met de zilvergrijze cover en de nogal opzichtige typo dat in geen enkele bibliotheek ontbreekt, maar dat slechts weinigen echt hebben bestudeerd.

Kortom, Koolhaas brak eerst en vooral potten als ‘papieren’ architect, bekend van spitante lezingen, creatief onderzoek en kritisch commentaar. Hij richtte O.M.A. op in 1975, maar had meer dan anderhalf decennium geduld voor hij zijn eerste gebouw zou neerpoten. Vier jaar geleden kreeg hij op de Architectuurbiënnale de Gouden Leeuw op voorspraak van Kazuyo Sejima (van SANAA, architecten van o.m. het New Museum in New York en Louvre/Lens) en daarvoor al de Pritzker Prize, zowat de Nobelprijs voor Architectuur (in 2000). Voor zijn ontwerp van de Nederlandse ambassade in Berlijn ontving hij de Mies van der Rohe Award (2005). Sinds de Architectuurbiënnale in 1980 een apart gegeven werd, was Koolhaas er altijd bij. Dat hij zelf ooit de hoogmis voor architectuur in de Dogenstad zou organiseren, stond dus in de sterren geschreven.

Kritisch commentaar op Koolhaas’ Biënnale was er al voor iemand één paviljoen had bezocht. Dat de directeur de 65 deelnemende landen (tien meer dan twee jaar geleden) één thema oplegde, met name ‘Absorbing Modernity’, werd al op voorhand gekapitteld als het ultieme bewijs van zijn betweterigheid en zijn niet zo bescheiden karakter. Dat hij bovendien geen architect maar een opdrachtgever (Phyllis Lambert, de vrouw die ervoor zorgde dat Mies van der Rohe de opdracht kreeg voor de Seagram Building in New York en later het C.C.A. – Centre for Canadian Architecture - in Montreal uit de grond stampte en financierde) met een Gouden Leeuw eerde, zou betekenen dat hij collega-architecten geen plek onder de zon gunde. En inderdaad, deze biënnale is op geen enkele manier een vitrine geworden voor de realisaties van de stars uit de architectuur. Dat kunnen die architecten zelf bijzonder jammer vinden, maar ik kan er, als bezoeker en liefhebber van architectuur, Koolhaas alleen maar dankbaar voor zijn. Want architectuur gaat nu eenmaal over belangrijkere zaken dan de jongste en peperdure folly van Zaha Hadid of Sir Norman Foster(*). "Deze biënnale gaat over architectuur, niet over architecten", dixit Koolhaas.

Zijn biënnale bestaat uit drie grote componenten. Onder de noemer ‘Fundamentals’ (een mooie titel, omdat ze ons meteen doet nadenken over de fundamenten van de architectuur) presenteert hij zijn persoonlijke visie in ‘Elements of Architecture’. ‘Absorbing Modernity, 1914-2014’ is het overkoepelende thema van de landenpaviljoenen in de Giardini en elders in de stad. Maar we beginnen bij het begin, en dus bij ‘Monditalia’.

Monditalia

Het Arsenale is zo krankzinnig groot dat ik altijd eerst diep ademhaal voor ik de tocht aanvat. De ouverture is subliem én letterlijk verblindend. Bakken licht evoceren een Renaissancegevel. Het humanisme als bakermat en maatstaf dus, dat was alvast hoopgevend. In zaal 2 word je meteen bedolven onder een hoop cijfermateriaal. Ik hou er niet van om op een tentoonstelling tabellen te lezen, maar de gepresenteerde cijfers spreken boekdelen.

Wat leren we? In 2050 zal een groot deel van de wereldbevolking in steden wonen. In Nigeria wordt dat 75% van de bevolking (t.o.v. 10% in 1950). In Brazilië 94%, 2 % meer dan Nederland. Vergeet je mooie villa in het groen met je auto voor de deur en een tuin om in te BBQ’en en je mooie kinderen op een schommel. Die tuin zal in de stad liggen. Als die tuin tegen die tijd niet verkaveld is. “Het platteland is voor de koeien”, dat wist bOb van Reeth al. Maar toch. Get used to it. De wereld is geen ‘global village’, maar ‘a global city’: één gigantisch en vernetwerkt universum waarin begrippen als erfgoed, identiteit, architectuur, stad en staat definitief naar de prullenmand worden verwezen. In Koolhaas-jargon: ‘The generic city’, de stad die zichzelf vormgeeft.

Nog cijfers. In China, waar zowat om de twee dagen een museum de deuren opent, is 1/ 33.750 inwoners architect. In België is dat 1/840. Italië spant de kroon. Eén op 414 inwoners is er architect. Dat zijn er 147.000 voor een heel land. (En volgens mij waren die allemaal aanwezig op de openingsdagen. Zelden zoveel schoon volk gezien dat blijkbaar compleet immuun is voor klimatologische omstandigheden en zelfs bij 29° strak in het pak blijft lopen). Om wat te bouwen? Want opdrachten zijn er nauwelijks. Wat leren we nog? Dat België het even goed doet als Griekenland als het gaat over het aantal opdrachten van overheidswege. Met andere woorden: bar slecht.

Nog één tabel: voor iedere immigrant in Italië staat een emigrant. De laars kreunt voorlopig dus niet onder haar eigen gewicht. Alleen gaat het emigreren richting rijke landen en komen de immigranten vooral uit contreien waar het toekomstperspectief nihil is.

Het zijn cijfers die je, voor je aan deze Biënnale begint, van een ‘down to earth’-reset voorzien. Met Lampedusa als dramatisch voorbeeld van de manier waarop de grenzen onder druk staan. Niet alleen door mensen, maar ook door de natuur. De opwarming van de aarde doet de grens tussen Italië en Oostenrijk letterlijk wegsmelten. Het stemt tot nadenken. Grenzen en borders zijn niet meer van deze tijd. Het paviljoen van Korea kreeg voor een tentoonstelling over dit thema trouwens de Leeuw voor het beste paviljoen.

Na de waanzinnige entree slaat een zaal verder de terreur toe. In een biechtstoel worden beelden van Italiaanse concentratiekampen in Libië geprojecteerd. Aan de andere kant (die van de pastoor wellicht) biedt Silvio Berlusconi zijn excuses aan voor het koloniale wangedrag van Italië. Wijlen Mouammar Kadhafi laat een flauwe glimlach zien. Eén van de vele gênante vertoningen van Il Cavaliere. Want deze publieke biecht kwam er alleen in ruil voor gas en olie. Kolonialisme nieuwe stijl.

Maar waarom drie kwart van het Arsenale aan één land ophangen? Koolhaas gebruikt Italië nu eenmaal als een emblematisch land. Het land van zoveel mogelijkheden (Il miracolo economico uit de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw) en talent (van Pier Luigi Nervi over Gio Ponti tot Stefano Boeri) dat alsnog in een diepe crisis is beland. Het lot van wel meer landen, zoals we weten. Koolhaas selecteerde 41 projecten die niet voor het volle pond opbrengen en in het slechtste geval zelfs wat studentikoos zijn, maar die me toch een aantal keren van mijn sokken bliezen. We moeten lachen en huilen (om Gustave Flaubert en George Sand even te citeren) op Monditalia. Lachen, omdat Pompeï er wordt voorgesteld als Pornotopia en Capri als een eiland van verderf, lang voor Brigitte Bardot zich neervlijde op het dak van de Villa Malaparte in ‘Le Mépris’ van Godard. In het Arsenale betrok Koolhaas trouwens zijn collega’s van de Biënnales voor Film en Dans. Over de hele oppervlakte worden filmfragmenten vertoond. Tot je er een stijve nek van krijgt. Van ‘Stromboli’ van Rosselini (starring Ingrid Bergman, met wie hij tijdens het draaien van de film een affaire begon, met de geboorte van Isabella tot gevolg), ‘Otto e Mezzo’ van Fellini, ‘Rocco e i suoi Fratelli’ van Visconti, ‘Lettere dal Sahara’ van De Seta en ontelbare andere films die samen ons beeld van Italië hebben bepaald. Vaker in zwart/ wit dan in kleur. De villa die Antonioni voor zichzelf en zijn muze Monica Vitti op Sardinië liet ontwerpen door Dante Bini, is een ontdekking, niet alleen voor de fans van de film ‘L’Avventura’.

De bijdrage van de dans daarentegen is een misser van formaat. Gewoon negeren die handel. Over naar de architectuur. En nog meer kommer en kwel op Monditalia. Schitterende gebouwen, zoals de Hippodroom in Rome, the Tobacco Cie in Bologna en het paviljoen voor het Autosalon in Turijn, staan te verpieteren. Je wordt er ziek van. Het is een thema dat ook in een aantal landenpaviljoenen aan bod komt. Nog pijnlijk: het verhaal van Stefano Boeri (architect van de ‘Villa Méditerranée’ in Marseille) die voor een meeting van de G7 een gebouw maakte dat nooit werd gebruikt. Quelle tristesse. Een uitzonderlijk moment, verborgen in een hoekje van het Arsenale, is een private tekst van Koolhaas zelf, die zijn liefde bezingt voor de Bibliotheca Laurenziana in Firenze door Michelangelo. Koolhaas’ fascinatie voor de bijzondere vestibule leest als een credo voor zijn eigen tentoonstelling ‘Elements of Architecture’.

Elements of Architecture

Koolhaas wilde met deze biënnale vooral het onderzoek over en in architectuur in de verf zetten en tegelijkertijd de architectuur herleiden tot haar meest essentiële onderdelen. Back to basics dus.

In het centrale paviljoen (voor ervaren Biënnale-bezoekers: het Italiaanse paviljoen in het midden van de Giardini. De Italianen werden deze keer uit hun eigen paviljoen gezet en mochten hun ding doen in het Arsenale, een tegenvaller al bij al, verpruts er je tijd niet) pakt Koolhaas met zijn team van researchers van OMA  uit met een tentoonstelling die focust op wat hij ‘Elements of Architecture’ noemt, met name: de muur, de gevel, de deur, de het plafond, de vloer, de trap, het balkon, de lift, het WC, ….

Voor niet-architecten niet meteen spek voor de bek, omdat het bijwijlen zeer technisch wordt, maar de scenografie onder de auspiciën van Irma Boom (check de Canvasconnectie voor een kennismaking met het werk van deze grafisch ontwerpster) is danig overweldigend en soms zelfs poëtisch dat je wel blijft kijken. Conclusie van dit hoogstandje: de architect beschikte nooit over zoveel technische mogelijkheden, maar de gebouwen waarin we werken en leven, boeten toch in aan kwaliteit, net door die techniciteit die nogal wat ruimte opeist. Plafonds worden lager, gangen smaller. De architect moet iedere vierkante meter ten volle benutten, niet omdat de gebruikers van die ruimtes er beter mee varen, ook omdat de investeerders er rijker van worden. De afdeling ‘corridors’ gaat op deze tentoonstelling zelfs werkelijk op je systeem werken. Ik kreeg er domweg een aanval van claustrofobie en kon het paviljoen niet snel genoeg ontvluchten. Mission accomplished, heet dat dan. ‘Elements of Architecture’ kreunt soms onder het eigen gewicht. De horror vacui is groot. Maar Koolhaas zoekt in de opsomming van al die elementen altijd naar de technologische utopie en brengt hulde aan iedere vorm van afwijkend gedrag. Zijn geloof in de architectuur weigert hij op te geven.

Absorbing Modernity 1914-2014

Waar de deelnemende landen op biënnales doorgaans uitpakken met het beste dat ze in huis hebben, hadden ze zich deze keer te schikken naar de opdracht van Koolhaas. Aan iedereen werd gevraagd mee te schrijven aan het verhaal van het absorberen van de moderniteit, van 1914 tot nu. Al bij al een verhaal waarvan we de afloop kennen. Het modernisme heeft, ondanks alle prachtige beloftes, gefaald. Architectuur wilde de wereld redden (of op zijn minst leefbaar maken), maar diezelfde wereld heeft dat niet gewild. Het is wat kort door de bocht, maar toch een pijnlijke conclusie. Maar met 65 paviljoenen krijg je een complex en heterogeen antwoord op de vraag van Koolhaas.

Sommige landen pakken uit met hun modernistisch erfgoed (zoals Brazilië, Mexico en zelfs de Emiraten), andere (zoals Letland en Montenegro) stellen de desinteresse van de overheid voor datzelfde erfgoed aan de kaak en nog andere landen gingen met het huiswerk van Koolhaas danig creatief aan de slag dat je je niet op een architectuur- maar een kunstbiënnale waant. Dat zijn dan ook de meest opmerkelijke paviljoenen geworden.

Mijn top 10

Bungalow Germania

In het Duitse paviljoen werd de Kanslerbungalow uit Bonn opnieuw geïnstalleerd. Tegen een gigantische kostprijs bovendien. Dit gebouw uit 1964, dat iedere Duitser kende via de TV, was in functie tot 1999, toen alle overheidsfuncties naar Berlijn werden verhuisd. De bungalow, waarvan niemand zelfs de façade kende, implodeerde in alle betekenissen van het woord. De manier waarop men dit architecturale deficit confronteert met de beladen geschiedenis van het Duitse paviljoen, door Albert Speer voor Hitler ontworpen, is werkelijk subliem. William Forsythe zorgde bovendien voor een soundtrack met vrolijk gekwetter van vogels (uit de tuin van de Kanslerbungalow), gebracht door echte ‘bird singers’.

Notes and figures

De vier jonge architecten van het Belgisch Paviljoen (het eerste paviljoen dat trouwens in de Giardini werd gebouwd, in 1907 al) zorgden voor één van de hoogtepunten. Aan de wanden hangen kaders met foto’s van interieurs, van Brugge tot Saint-Josse en Woluwe Saint-Lambert. We zien de Belg aan het werk, creatief met gyproc en stijlmeubelen, waardoor iedere vorm van moderniteit meteen wordt uitgegomd. De curatoren vertalen die attitude ook in het paviljoen, waar we zowel een installatie zien met drie koelkasten als een gat in een hoek, met zicht op baksteen, en een constellatie kamerplanten tegen een muur met vochtvlek (of was die vlek echt?!). Een zeer ge(s)laagde Belgische en absurde repliek op de omgang met moderniteit.

The anatomy of wallpaper

Het bijzonder kleine paviljoen van Cyprus (ergens tussen Palazzo Grassi en Piazza Santo Stefano) dien je zo snel mogelijk te bezoeken voor er niets van overblijft. De curatoren vroegen aan ontelbare Cyprioten om hun architecturale herinneringen te fotograferen, te tekenen of te beschrijven. Als die indrukken werden op dik karton gekleefd, de ene laag op de andere. De bezoeker krijg bij het binnenkomen een cutter mes en wordt vriendelijk gevraagd een stuk uit het paviljoen te knippen. Je grijpt dus letterlijk in in een netwerk van verhalen, dat laag na laag werd opgebouwd, zoals het ook in een echte stad gebeurt. Ik knipte een stuk uit een foto van een palmboom uit. Dat stukje Cyprus staat nu op mijn schouw. Met een stempel erop.

Potential Monuments of Unrealised Futures

Dé reden voor een bezoek aan het paviljoen van Albanië is de schitterende film ‘The Column’ van Adrian Paci, die vorig jaar al te zien was in Jeu de Paume in Parijs. Over het maken en vervoeren van een zuil die nooit rechtop zal staan. De zuil zelf ligt op de kade van het Arsenale. Meesterlijk.


Empowerment of Aesthetics

In het Deense paviljoen herleidt men de architectuur tot menselijk welbehagen en geuren. Die van schors en dennenbomen, als een humaan antwoord op een modernisme van bakstenen en beton. Om lyrisch van te worden.

Places of memory

De presentatie had beter gekund maar het Turkse paviljoen vertelt onder meer het verhaal van het Cultureel Centrum Atatürk waarvan de aangekondigde verdwijning aanleiding gaf tot de rellen in Gezi Park, omdat het hier een aanslag op de publiek ruimte betrof die zich uiteindelijk tegen Erdogan keerde.

A Clockwork Jerusalem

‘A Clockwork Orange’ van Stanley Kubrick vertaald naar de architectuur met als titel ‘A Clockwork Jerusalem’ in het Britse paviljoen. Een film als aanleiding voor een futuristische levensvisie. Zoveel subtieler en slimmer dan de Fransen aan de overkant, die met een evocatie van het huis uit ‘Mon Oncle’ van Jacques Tati, hun eigen ruiten inslaan. Dat de Fransen alsnog een speciale vermelding kregen op de uitreiking van de Gouden en Zilveren Leeuwen, is onbegrijpelijk.

Lucius Burckhardt & Cedric Price. A stroll trough a fun place

Tijdens de openingsdagen hield Hans Ulrich Obrist een interviewmarathon in het Zwitsers paviljoen. Chris Dercon zat er aan tafel met Herzog & de Meuron, dan weer was het de beurt aan Philippe Parreno. Binnenin liepen mensen druk met karren rond waarop stapels papier lagen. Het betreft de archieven van de Britse architect Cedric Price en de Zwitserse socioloog Lucius Burckhardt, die beiden stierven in 2003. Hun visionaire ideeën blijven beroeren.


Homeland. News from Portugal 

Zoek niet naar het Portugees paviljoen. Er is er geen. Omdat er geen geld was voor de inrichting van een paviljoen, deelt Portugal een krant uit. Gratis dan nog. En zeer lezenswaardig! De prijs voor de moedigste en eerlijkste bijdrage.

Plenum. Places of Power

Oostenrijk pakt uit met een installatie van parlementen van over de hele wereld. Op Monditalia leerden we al dat de architectuur van parlementen nog altijd op het Griekse theater zijn gebaseerd, hetgeen nogal fel contrasteert met het failliet van de democratie. Maar in dit paviljoen gaat men nog een stap verder. De muren hangen vol kleine maquettes die illustreren hoe architectuur de ideologie van een land kan verbeelden. Ondertussen wordt er vrolijk getwitterd over waarvoor de Europese Unie staat. De tweets worden letterlijk ‘vertaald’ en knallen uit een aantal boxen, waardoor het paviljoen baadt in een score van meningen en visies.

Tips

  • Trek minimum twee maar nog liever drie dagen uit voor de Biënnale.
  • Bezoek een biënnale altijd op platte schoenen!
  • Op deze Biënnale krijg je overal voldoende informatie, maar het is handig om op voorhand de short guide te kopen in de boekhandel aan het begin van het Arsenale. Kostprijs: 18 euro. De korte versie van de dikke catalogus die 68 euro kost en vooral te veel weegt tijdens een bezoek. Beide boeken werden trouwens schitterend vormgegeven door Irma Boom. In die boekhandel vind je trouwens een schitterend aanbod aan architectuurboeken. En de Biënnale-gadgets zijn ook niet mis! Voor 10 euro kun je de zomer door met een zak met de elementen van Koolhaas!
  • Kijk goed na of je een 72-uren Vaporetto-ticket nodig hebt, want eenmaal op de Biënnale kom je met twee tickets per dag toe (7 euro per Vaporetto-rit).
  • De catering op de Biënnale is doenbaar, maar je eet beter en goedkoper op de Via Garibaldi of da Paolo op het Campo dell’ Arsenale.
  • De bar op de hoek serveert heerlijke koffie en de Spritz kan er mee door!

En nog in Venetië...

Art or Sound in de Prada Foundation (Rialto Mercato/ San Stae)

Door curator Germano Celant. Klara-luisteraars komen hier helemaal aan hun trekken. Een ‘must see’ en ‘hear’! Celant selecteerde een pak bizarre instrumenten, van de 16de tot de 20ste eeuw (van een uitzonderlijk spinet tot een K-board met lichtspektakel), en combineert die rariteiten met werk van Man Ray, Marcel Duchamp, John Cage, Tom Wesselman, Michelangelo Pistoletto, Bruce Nauman, Arman, Christian Marclay, Laurie Anderson, Martin Creed, Anri Sala (die voor mij vorig jaar de revelatie van de Biënnale was met zijn installatie Ravel/ Unravel) en ‘de saxosoir’ (een gieter met een mondstuk van een tenor sax) van de Belg Max Vandervost! De presentatie is schitterend. Very Prada. De catalogus evenzeer. Maar hij weegt een ton. Dus online bestellen! Want foto’s maken mag er onder geen beding.

Genius Loci in Palazzo Franchetti (Accademia)

De tentoonstelling van Lisson Gallery loont de moeite. Vanop de vaporetto zie je de gigantische installatie ‘Forever’ van Ai Wei Wei (de metalen constellatie van fietsen gaat bij zonlicht danig schitteren dat het een impressionistisch werk wordt), maar voor 10 euro vergaap je je binnen aan ander werk van Wei Wei (Tree & Rock) en van Tony Cragg, Richard Deacon, Anish Kapoor, Richard Long en Shirazeh Houshiary (een ontdekking op de Biënnale vorig jaar!) en Santiago Serra. Heel speciaal is een documentaire presentatie met werken van o.m. Dan Graham en Daniel Buren (met zijn bijdrage aan Beaufort in Nieuwpoort). In de tuin is werk te zien van Koen Van Mechelen, Julian Opie en alweer: Daniel Buren. Mooi!


* Die Foster is er trouwens wel bij, op ‘Time, Space, Existence’, één van van de vele ‘collateral events’ in het Palazzo Moro. Als je in de buurt bent (Ca d’Oro), kun je je er vergapen aan de installatie van Bekkering/ Adams Architecten. Meer nog: je kunt erin gaan staan. ‘The best place for selfies’ van de Biënnale!

Chantal Pattyn

['Architectuurbiënnale Venetië' - nog tot 23 november 2014 in Venetië]